Vrouwen aan de haard
Het opiniestuk van Bart de Wever ‘Vrouwen aan de top’ in de standaard zorgde voor tumult en een toestroom van wederwoorden. Ondermeer Eva Brems, Kathleen Van Brempt en Marc Reynebeau namen de controversiële tekst onder de loep.
Er zijn ruw geschat evenveel mannen als vrouwen op deze wereld. Maar wanneer we naar de wereldtop kijken, zowel op politiek vlak als in de bedrijfswereld, kunnen we deze diversiteit niet terugvinden. In 2010 is er vastgesteld dat er in België slechts 7 procent vrouwen in de raden van bestuur van beursgenoteerde vennootschappen waren.
Daarom staat er sinds dinsdag 8 februari de invoering van wettelijke quota voor de vertegenwoordiging van vrouwen in de raad van bestuur van beursgenoteerde ondernemingen op de agenda van de commissie Handels- en Economisch Recht van de Kamer. Daar liggen vijf wetsvoorstellen van Groen!, SP.A, PS, CD&V en CdH, die deze quota willen opleggen. Een grote tegenstander is het VBO (vertegenwoordiger van alle Belgische beursgenoteerde vennootschappen).
Het VBO schaarde zich achter de reeds wettelijk verankerde aanbeveling van de Commissie Corporate Governance, die stelt dat genoteerde vennootschappen over 7 jaar een vertegenwoordiging moeten bereiken van minstens 30% bestuurders van elk geslacht. De aanbeveling biedt de optie aan dat, wanneer bedrijven zich niet aan deze maatregel houden, ze uitleg moeten verschaffen. Op die manier kan er rekening worden gehouden met de eigenheid van de individuele bedrijven (vb. er is een duidelijk verschil tussen Bel20 en familiale bedrijven). Maar de noodzaak om uitleg te geven bij afwijking van de regel, kan als een schrale troost gezien worden, vermits bedrijven elk excuus kunnen aanwenden.
Een wetsvoorstel daarentegen zou een strak kader vormen. De bedrijven worden in het gareel gehouden, de maatregel zou nog sneller doorgevoerd kunnen worden (er wordt gesproken over een periode van 5 jaar) en er wordt geen (of in het beste geval ‘minder’) rekening gehouden met de verschillen in bedrijven. Deze optie is onwaarschijnlijk omdat het wetsvoorstel verfijnen en versoepelen, rekening houdend met de complexiteit van de bedrijfscultuur, de consensus tussen de partijen in het gedrang kan brengen.
Zowel voor- als tegenstanders van quota halen het typevoorbeeld van Noorwegen aan, waar de conservatieve regering in 2003 besliste dat er tegen 2008 40%vrouwen in de raad van bestuur van beursgenoteerde bedrijven aanwezig moesten zijn. Een studie aan de universiteit van Michigan, aangehaald in het opiniestuk van Bart de Wever, komt naar voor met 3 duidelijke resultaten. Eerst en vooral hadden de wettelijke restricties een negatieve impact op de marktwaarde van de bedrijven, dit blijkt uit de gedaalde beurskoers. Verder ontstond er een ongewilde elitekaste van hoog gekwalificeerde vrouwen, de zogenaamde ‘gouden rokjes’. Ten derde creëerde men een groter probleem elders in de bedrijfshiërarchie, doordat vrouwen rechtstreeks vanuit het middle managment in raden van bestuur benoemd werden, bij gebrek aan vrouwen in het executive management. In het middle managment ontstond er bijgevolg een overschot aan mannen.
Het is redelijk kort door de bocht om te stellen dat de daling in de beurskoers slechts te wijten is aan het aannemen van vrouwen in het bestuur, dit blijkt ook uit het weerwoord van Eva Brems, de economische crisis is een factor waarmee rekening gehouden moet worden. Ook het negativisme over de nieuwe vrouwelijke elite kan men relativeren. Rolmodellen kunnen inderdaad belangrijk zijn om andere vrouwen aan te zetten om ook in hun kansen te geloven.
“Een functie op een gouden schoteltje aangeboden krij- gen is geen overwinning.
Maar waarom zoekt men naar nieuwe rolmodellen? Het is geen verdienste om aangeworven te worden in topfuncties, enkel omdat een bedrijf zijn quotum moet behalen. Er zijn tal van vrouwen die geknokt hebben voor respect. Ondermeer Margaret Tatcher en Angela Merkel zijn hier boegbeelden van. Vrouwen kregen lang geleden de stempel opgedrukt dat ze enkel goed waren om aan de haard te zitten, maar al een eeuw lang zijn tal van sterke vrouwen die deze vooroordelende kop indrukken. De emancipatie van de vrouw heeft al vele overwinningen gekend, ondermeer het stemrecht voor vrouwen, maar naar mijn mening is een functie op een gouden schoteltje aangeboden krijgen geen overwinning. Willen vrouwen doorbreken omdat ze vrouw zijn, of omdat ze bekwaam zijn?
Wanneer men spreekt over de discriminatie van de vrouw in de bedrijfswereld, is het makkelijk om de gevolgen van quota te idealiseren, namelijk een wereld waar mannen en vrouwen gelijk zouden zijn. Toch ziet men iets over het hoofd, de positieve discriminatie van de vrouw impliceert een negatieve discriminatie van de man. Is het verantwoord om in sommige gevallen een beter gekwalificeerde man niet aan te nemen omdat er een vrouw solliciteerde voor dezelfde baan?
“Vrouwen moeten zich geen mannelijke eigenschappen aanmeten of voortgeduwd worden door de staat.”
Bovendien is de stelling van Friedrich von Hayek hier van toepassing: ‘overheidsoptreden lokt alleen maar meer overheidsoptreden uit’. Het eindeloos regulariseren is niet de oplossing. Men kan vrouwen er toe aanzetten om meer ambitieus te zijn, maar de vrouwen die nu aan de top staan, hebben bewezen dat er genoeg kansen zijn. Niet iedere vrouw streeft een carrière na, ook dit moet gerespecteerd worden.
Het is spijtig dat de ambitie van vrouwen onderschat wordt. In onze maatschappij kunnen zowel mannen en vrouwen hun doelen nastreven. Vrouwen moeten zich geen mannelijke eigenschappen aanmeten of voortgeduwd worden door de staat. We kunnen onze eigen boontjes wel doppen.
Nina Wegge Activiteiten verantwoordelijke 2010-2011 Bachelor Rechten