Een goede twee jaar geleden al voelde ik mij in mijn liberale eer gekrenkt door een artikel in Het Belang van Limburg. In het normaal o zo mondaine Dilsen-Stokkem vond immers een ware razzia plaats. Enkele jonge schurken hadden het aangedurfd om een pokertornooi te organiseren. Mits er inschrijvingsgeld was vereist (maar liefst zo'n vijf euro, stel je voor!) en er op de koop toe dan ook nog eens geen vergunning was aangevraagd bij de bevoegde administratieve overheid handelde men immers niet volgens de wet. Nog sterker: men vond de schending blijkbaar zo flagrant dat er onmiddellijk moest ingegrepen worden; er werd een heuse razzia gehouden. De Grondwetkenners onder ons weten nochtans dat er zeer behoedzaam moet omgesprongen worden met preventieve maatregelen t.a.v. grondrechten (in casu de vrijheid van vergadering). Maar in deze zaak vond de politie (in samenwerking met de befaamde -lees in liberale kringen: beruchte- Kansspelcommissie) het absoluut noodzakelijk om, nog voor het pokertornooi goed en wel een aanvang had genomen, op een drastische wijze in te grijpen. Zowat alles wat aangetroffen werd werd immers in beslag genomen: het inschrijvingsgeld, de pokerchips, kaarten, computer en laptop. Hierbij moet benadrukt worden dat inbeslagname van goederen een behoorlijk verregaande maatregel is. Het duurt immers vaak maanden (na ettelijke aanmaningen van betaling, boedelbeschrijvingen van deurwaarders en dergelijke meer) eer men in sommige zaken tot beslag kan overgaan. Volgens Daniël Verheyden, woordvoerder van de Kansspelcommissie, om de volgende reden: "...Dat doen we om na te gaan of er iets strafbaars is gebeurd. Poker is verboden van zodra geld wordt ingezet. Dan wordt poker beschouwd als een kansspel."
De jonge organisatoren (allen in de twintig) en dito deelenemers stonden erbij en keken ernaar. Men was stomverbaasd. Er heerste grote verwarring die al snel omgezet werd in nog grotere angst bij het aanschouwen van al die blauwe mankracht. Meedogenloos werden de organisatoren meegenomen naar het Politiebureau om daar aan een verhoor te worden onderworpen. Het vervolg van dit "Pokerdrama" was bij het ter perse gaan van het artikel nog onbekend. De ondervraagden vertelden aan journaliste Marij Wyers: "...We weten nog niet wat de gevolgen zijn. Mogelijk wordt het dossier geseponeerd, maar het zou ook kunnen dat we voor de rechter moeten komen...We zijn bang voor de gevolgen."
Onlangs kwam het tot...een rechterlijke uitspraak. Nu moet men echter goed beseffen dat, wanneer men beslist niet te seponeren, het betekent dat men vindt dat er is voldaan aan het zogenaamde "opportuniteitsbeginsel": als de schending van de wet voldoende erg is, wordt er (strafrechtelijk) vervolgd. Dit wordt geplaatst tegenover het legaliteitsbeginsel dat bvb. in Duitsland geldt: alles wat verboden is door de wet wordt (strafrechtelijk) vervolgd. Men moet zich ook realiseren dat de Procureur des Konings (de man/vrouw die beslist om al dan niet te seponeren of te vervolgen) ook nog de mogelijkheid had om de zaak buitengerechtelijk af te handelen, bvb. in de vorm van een minnelijke schikking. Volgens de Procureur was de zaak blijkbaar echter dermate ernstig dat een proces onafwendbaar was. Gelukkig voor de organisatoren oordeelde de rechter in hun voordeel: ze werden vrijgesproken omdat kaartspelen met beperkte inzet en gering materieel voordeel niet strafbaar is volgens de wet.
Enkele bemerkingen- Eerst en vooral even de juridische kant van de zaak. Na enig opzoekwerk lijkt er in de rechtspraak (alsook rechtsleer) nog geen volledige eensgezindheid te heersen over het begrip "Kansspel". In een arrest van het Hof van Beroep te Brussel oordeelde men: "...De afloop van een partijtje poker hangt doorgaans meer af van de behendigheid van de respectieve spelers dan van een kans of een ongelukkig toeval."1 Dit ging indertijd lijnrecht in tegen het arrest van datzelfde Hof van Beroep te Brussel 17 jaar eerder: "...Poker is een kansspel."2
Ten tweede de humane kant van de zaak. Ik moet eerlijk zeggen dat de feiten mij -vanuit liberale invalshoek- enorm hebben geschokt: enkele twintigers, studenten zoals U en ik, die na lange dagen blokken zich onschuldig willen vermaken door een Pokerspelletje worden beschouwd door het Parket als gevaarlijke criminelen. Eerst de razzia gepaard gaande met een verregaande maatregel: de inbeslagname; vervolgens geen seponering of buitengerechtelijke afhandeling maar pardoes een rechtszaak die wordt ingespannen. Je zou van minder gek worden. Het moet voor die studenten een mentale lijdensweg zijn geweest, die maar liefst een volle twee jaar heeft aangesleept. Men riskeerde immers zware geldboeten te krijgen opgelegd. Op zo'n jonge leeftijd kan dat zwaar doorwegen: het ging allemaal om studenten die zo goed als niets verdienen wat ook niet meer dan logisch is: je maakt de opoffering om niet meteen te gaan werken en geld te verdienen, maar investeert in je studie -als intellectueel kapitaal- om later verder te kunnen doorgroeien.
Tenslotte de rechtsfilosofische kant van de zaak. Ik stel mij bij deze zaak toch ernstige vragen bij de benadering van het opportuniteitsbeginsel. Zijn er werkelijk geen dringendere zaken? Was de razzia nodig? Was de inbeslagname nodig? Was de rechterlijke tussenkomst nodig? Ik stel me er op zijn minst toch ernstige vragen bij. Dit doet mij echt denken aan Stasi-praktijken uit de DDR-periode. De argumentatie dat regels rond kansspelen nodig zijn kan ik nog begrijpen. Maar het lijkt mij zeer gevaarlijk om zomaar onverwijld, onverblind "de Wet" toe te passen. Een in concreto beoordeling had hier echt op z'n plaats geweest: jongeren die een pokerspelletje spelen aanpakken met razzia's, inbeslagnames, verhoren en zelfs rechtszaken; het is m.i. echt te verregaand om hierbij zomaar dezelfde ganse procedure op te starten als gebruikt wordt om de veel minder onschuldige kansspelen van pakweg de maffiosi aan te pakken. Eén van de meest gevaarlijke argumenten die men hierbij dan vermoge te repliceren vind ik: "Dura lex, sed lex" (of voor de niet-Latinisten onder ons: "De wet is hard, maar het is de wet"). Ook onvolmaakte, ondoordachte wetgeving waarbij men bepaalde situaties over het hoofd ziet bestaat (bij bosjes). Wanneer een Parket de feitelijke omstandigheden onder ogen krijgt moet men m.i. durven oordelen dat men in concreto de "in principe van toepassing zijnde- Wet beter niét toepast. Velen zullen verder repliceren dat iedere belanghebbende nog steeds een Wet kan gaan vernietigen bij de Raad van State; of dat men zelfs een schadevergoeding kan bekomen omwille van onrechtmatige wetgeving. Dat is zeer juist, maar ondertussen is het kwaad wel reeds geschied. En wordt er in het slechtste geval weer een zetel gevuld bij de psycholoog...
Ditmaal hadden de jongeren geluk: "de Wet" stond aan hun kant. Een paar euro's meer aan inschrijvingsgeld, en "de Wet" had tegen hen gewerkt. Persoonlijk vind ik het zeer gevaarlijk dat, niet alleen het parket, maar ook de rechter blindelings en onverwijld toepassing maakt van de wet. Hoewel een rechter inderdaad niet op de stoel van de wetgever moet gaan zitten, vind ik toch dat er in het Belgisch rechtssysteem in het algemeen wat meer in concreto mag worden berecht. De kwalijke gevolgen die dit Pokertornooi immers kon hebben waren zo miniem dat enige rechterlijke flexibiliteit hier zeker op z'n plaats was. Een gemiste kans!
1 Brussel 26 november 1993, J.L.M.B. 1994, 187.
2 Brussel 30 juni 1976, Pas. 1977, II, 119.