Op maandag 6 oktober werd ons land opnieuw getroffen door een nationale actiedag. Honderden vakbondsmilitanten kwamen op straat om de eis voor meer koopkracht kracht bij te zetten. Regionale bedrijven werden geblokkeerd, trams en bussen reden slechts sporadisch uit en de treinstellen bleven koppig stilstaan.
De koopkrachteis van de vakbonden is gegrond op de economische onzekerheid van de afgelopen maanden. Nadat eerst de olieprijs recordhoogten bereikte, is vervolgens een wereldwijde financiële crisis uitgebroken. Bovendien is de afgelopen jaren de voedselprijs stelselmatig gestegen sinds de ecologisten het paard van Troje binnenhaalden door de handel en het gebruik van biobrandstoffen te promoten.
De schade van een dergelijke nationale actiedag loopt zoals gewoonlijk in de miljoenen euro’s. Bedrijven komen in de problemen met hun productie, de enorme files veroorzaken veel economische en ecologische schade en de gewone commerciële gang van zaken ligt volledig overhoop.
De vraag is echter of het sop de kolen wel waard is. Het is weinig waarschijnlijk dat een dergelijke nationale blokkeringsactie veel zal opleveren. Niet alleen wordt met dergelijke acties de publieke opinie zwaar op de proef gesteld, bovendien lijkt er in het huidige klimaat van economische en budgettaire malaise weinig bewegingsruimte. Het is niet ondenkbaar dat de nationale vakbondsactie uiteindelijk meer kwaad dan goed opleverde voor de koopkracht van de werknemers.
Hoe dan ook dient men na te gaan welke maatregelen men kan nemen. Een zoveelste subsidie of een zoveelste eenmalige maatregel zal niets fundamenteel verbeteren. Het heeft weinig zin om eerst de mensen te belasten en daarna minder geld terug te geven. Een structurele lastenverlaging voor bedrijven en werknemers of een verlaging van sommige Btw-tarieven kan wel duw een de juiste richting geven. Een verlaging van de belasting levert immers een grotere netto-opbrengst op, zonder zwaar te betalen voor het werk van het ambtenarenapparaat.
Ook de vakbondseis voor een hoger pensioen, kan niet zonder kritische reflectie passeren. Het tijdperk waarin vadertje staat hoogmoedig verkondigde dat ze de pensioenkosten zelf kon dragen, is voorbij. De demografische evolutie heeft ervoor gezorgd dat er in de toekomst veel meer aandacht besteed moet worden aan zelfstandig pensioensparen. Steeds blindelings vertrouwen op de overheid om voor het pensioen in te staan, is naïef. In plaats van holle beloftes te doen aan de achterban en onrealistische eisen te stellen aan de overheid, zouden de vakbonden zelfstandiger en verantwoordelijker moeten optreden. De vakbonden van de 21e eeuw moeten hun leden bewust maken van het belang van eigenhandig pensioensparen en eventueel zelf advies leveren voor dit spaarsysteem. Dit zou een veel constructievere en realistischere houding zijn.
Eenzelfde kritische houding is nodig ten aanzien van de eis voor een hoger minimumloon. Met deze vraag, snijdt de vakbond in haar eigen vlees. Het loon kunstmatig boven de werkelijke economische waarde van arbeid laten uitgroeien, heeft meer negatieve dan positieve gevolgen. Een hoger minimumloon zal uiteraard de interesse van de werknemers niet doen dalen, maar het zal wel de wens van de werkgever om mensen tewerk te stellen drastisch aantasten. De kost om iemand tewerk te stellen stijgt immers, terwijl het rendement hetzelfde blijft. Een hoger minimumloon brengt zo een hogere werkloosheid teweeg. En meer werklozen weegt uiteraard op het overheidsbudget, waardoor de ruimte voor koopkrachtmaatregelen nòg kleiner wordt.
Tegenover deze vakbondseisen moeten uiteraard ook enkele plichten komen te staan. Het is in onze huidige samenleving niet meer aanvaardbaar dat vakbondsacties de mobiliteit van de mensen aan banden legt. Enerzijds verzetten de vakbonden zich sterk tegen elke vorm van competitie in het openbaar vervoer (2 of meer verschillende aanbieders van treinen, bussen of metro’s is zo niet mogelijk), maar anderzijds wordt het openbaar vervoer de laatste tijd regelmatig lam gelegd. Deze situatie is niet langer houdbaar. Ofwel laat men competitie toe in het openbaar vervoer zodat er ingeval van acties nog alternatieven zijn voor de consument, ofwel biedt men de consument een minimale dienstverlening aan. Een totale verkeersgijzeling zoals op de jongste nationale actiedag het geval was, is niet meer toelaatbaar.
De conclusie is dat men het koopkrachtprobleem moet opentrekken. Er zijn verschillende mogelijkheden om structurele oplossingen te bieden, maar we moeten ons behoeden voor kortzichtige of eenmalige maatregelen. Een algemene lastenverlaging kan in dit probleem een goede oplossing zijn, maar de eisen voor een hoger pensioen of een hoger minimumloon moeten aan een breder onderzoek onderworpen worden. De gevolgen op langere termijn kunnen immers veel erger zijn. Tenslotte is in het kader van de nationale actiedag ook het debat over de minimale dienstverlening niet meer af te wenden. Een verdere blokkering daarvan gaat immers volledig voorbij aan de hedendaagse noden.